Op donderdag 3 december 2020 vond het Regionaal Startatelier RES 1.0 plaats. De deelnemers, de genodigde maatschappelijke partners van de Cleantech RES, keken terug op het proces tot nu toe en de eerste stappen richting de RES 1.0 werden gezet.

Startpunt voor de atelierronde

De input die werd opgehaald tijdens het Regionaal Startatelier RES 1.0, vormen de bouwstenen voor de verschillende scenario’s die in de atelierronde worden voorgelegd. Daarin worden verschillen aanpakken voor zon gecombineerd met de zoekgebieden van wind uit de concept RES en met andere (gebieds-)opgaven.

Terugblik proces

De sessie werd afgetrapt door Guido van Loenen en Lize Beekman met een terugblik op het RES-proces. Om in de komende maanden tot een gedegen RES 1.0 te komen, moeten we rekening houden met de volgende punten:

  • Bewoners meer betrekken tijdens het proces. Dit wordt gedaan door het organiseren van lokale stakeholderstafels. De bewoners kunnen hierbij aansluiten en meedenken over het proces. Het lokale proces zal leidend zijn, waarop de regio coördineert.
  • De input die bewoners geven, moet beter zichtbaar terugkomen in de RES 1.0. Meer transparantie en herkenbaarheid in het eindresultaat spelen hier een grote rol. Lokale stakeholdertafels geven de bestuurders meer inzicht in wat er in hun eigen gemeente speelt.
  • Kwaliteit van de RES 1.0 staat voor tijd. Het is een grote opgave waar zorgvuldig aan gewerkt wordt. Hierdoor is de kans groot dat de Cleantech Regio de RES 1.0 later inlevert dan de deadline in juli 2021.

De RES 1.0 is een ontwikkelagenda

Het proces naar de RES 1.0 wordt gezien als een ontwikkelagenda. Dit betekent dat we in kaart brengen wat de stappen zijn tussen waar we nu staan en de realisatie. De RES 1.0 zal een concreter plan zijn dan de Concept RES. De stappen die wij gaan zetten richting de RES 1.0 bevatten de volgende onderwerpen:

  • In de RES 1.0 maken wij combinaties tussen wind en zon, zodat dit beter in balans is binnen de gebiedsopgave.
  • In de Concept RES was de strategie voor zon heel globaal uitgewerkt. De zonstrategie wordt in de RES 1.0 verder aangescherpt.
  • Voor de uitvoeringsstrategie zal er gekeken worden naar de optimalisatie van het netwerk en zal er een routekaart voor het beleid ingezet worden. Het in kaart brengen van de fasen tot realisatie spelen hierin een rol.
  • Daarnaast wordt er meer aandacht gevestigd op participatie en communicatie met de inwoners. De lokale input die opgehaald wordt, is leidend binnen het proces richting RES 1.0. Regionaal wordt dit gecoördineerd. Tenslotte worden de overige regionale vraagstukken en dilemma’s in kaart gebracht en uitgewerkt.

Meer aandacht voor de zonstrategie in de RES 1.0

In de Concept RES is er nog weinig aandacht  besteed aan de zonstrategie. In de RES 1.0 zal de zonstrategie een belangrijkere positie innemen. Bij de RES 1.0 draait het namelijk niet alleen om kwantiteit maar ook om kwaliteit. De zonstrategie in de RES 1.0 wordt gebaseerd op landschapsstructuren, -kwaliteiten en -waarden. De zonneladder vormt hiervoor een belangrijke basis. Naast de kaarten in de RES 1.0 zal ook de verbeelding en ruimtelijke principes beter worden toegelicht. Het beoogde resultaat? Inzicht in  landschapstypen en inpassingsvoorbeelden die bij realisatie verder lokaal worden uitgewerkt.

Vragen die bijvoorbeeld aan de orde komen zijn:

  • Hoe baseren op landschapsstructuren/kwaliteiten/waarden?
  • Nemen we minder kansrijke gebieden voor zon niet mee in de RES 1.0?
  • Hoe wordt participatie in de regio aangepakt? Bijvoorbeeld kwaliteitsteam (professioneel) of omgevingsraad (inwoners, belanghebbende) per deelgebied?
  • Welke rol krijgen gemeentegrenzen op de kaart?

In gesprek

De deelnemers van het Regionaal Startatelier RES 1.0 kregen een poll met 13 vragen voorgelegd. Vervolgens ging de groep uiteen in verschillende groepen om inhoudelijk het gesprek aan te gaan met hun eigen regio (Noord, Zuid of Oost). Het gesprek werd gevoerd aan de hand van vijf kaarten en vragen gekoppeld aan verschillende categorieën:

  • Het landschap is het kapitaal van de regio: Kunnen zonnevelden overal komen of is zonering wenselijk? Hoe ziet een gebiedsindeling of zonering eruit? Onder welke voorwaarden? Hoe ziet de winstverdeling eruit? Clustering, verschillende groottes?
  • Klimaatopgave: Kan de energieopgave een bijdrage leveren aan het klimaatbestendig maken van de regio? Zo ja, op welke manier?
  • Landbouw: Wat is de toekomst van de landbouw in de regio? Wat is de rol van zon en wind daarin?
  • Participatie: Op welke manier speelt participatie in deze fase van de RES een rol? Blijf zoeken, wat is er mogelijk? En wat is er niet mogelijk?
  • Systeemefficiëntie: Wat is het meest efficiënte scenario? Waar liggen de kansen voor innovatie?

Terugkoppeling

Na de inhoudelijke gespreksronde, gaf elke groep een korte pitch over de belangrijke bevindingen voor de regio. Hieruit kwamen een aantal belangrijke punten naar voren:

Oost:

  • Vooral kleinschaliger velden, die goed inpast worden.
  • Participatie moet goed geregeld zijn.
  • Zonneparken kunnen worden gebruikt voor klimaatadaptatie.
  • Netwerk wordt gezien als een grote uitdaging.
  • Financiële participatie is interessant, maar is dit realistisch?

Zuid:

  • Clusteren en plekken aanwijzen waar zonneparken komen.
  • Participatie: er is een groot gat tussen de RES en de inwoners.
  • Hoe tijdelijk zijn zonnevelden in het landschap en wat houd je over?
  • Meer kijken naar het toekomstige landschap van 2050.

Noord:

  • Aan kwetsbare landschappen wil je eigenlijk niet zoveel doen, maar dat betekent wel dat de beschikbare gronden minder worden.
  • Koppelkansen aanwezig met name bij het vernattingsopgave.
  • Binnen het netwerk is het niet mogelijk om praktisch overal aanpassingen door te voeren. Dit houdt in dat sommige gemeentes veel meer moeite moeten doen om energieaanpassingen door te voeren.
  • Draagvlak en acceptatie is nog een belangrijk doel.

Vooruitblik

De bijeenkomst werd afgesloten met een blik op de toekomst. De ervaring is dat het lastig is om met iedereen tegelijk over de regio te praten. Daarom zal in de komende gebiedsateliers meer ruimte zijn om dieper in te gaan op de details en de discussie aan te gaan. De gebiedsateliers zullen kleinschaliger en concreter worden zodat we ook afwegingen kunnen maken over de details.

Op 12, 13 en 14 januari vinden de gebiedsateliers plaats. Tijdens de gebiedsateliers worden de opgaves verder uitgewerkt. Dit doen we aan de hand van verschillende invalshoeken die volgen uit de opbrengst van vandaag. De ’invalshoeken worden dan per gebied besproken. Op die manier kunnen we voordelen, nadelen en argumenten verzamelen om de volgende stap richting de RES 1.0 te maken. 

Ook worden er thema-ateliers georganiseerd. Tijdens de ateliers is er de gelegenheid om argumenten uit te werken en naast elkaar te leggen. Daarbij wordt bijvoorbeeld het groenblauwe netwerk verder uitgewerkt. Het watersysteem is namelijk een belangrijke spil in de regio. Andere mogelijke thema’s zijn landbouw, netwerk en infrastructuur.

Voor de atelierweek zijn genodigden persoonlijk uitgenodigd.