Arko van Brakel

Onze regio is geen bedrijf. Juist daarom is het zo leuk om directeur van de strategische board Cleantech Regio te zijn. Met ons hele team een strategie bedenken en uitvoeren om de economie vooruit te helpen is een bijzondere uitdaging. Maar de samenleving op een duurzame manier verder helpen, is tegelijkertijd ronduit inspirerend! In overheidstaal heet deze combinatie van kwaliteit van leven en een gezonde economie “brede welvaart”. Daarmee wordt bedoeld dat ons welzijn, gezondheid, vertier, omgeving, klimaat en natuurlijk ook ons werk even belangrijk zijn als economische groei.

Het leuke is dat de invulling van dat begrip “brede welvaart” heel goed aansluit op de wensen van alle ondernemers, bewoners, raadsleden, onderwijsmensen, andere betrokkenen. Jong en oud. Om scherp te krijgen welke investeringen het meeste draagvlak hebben voor de toekomst van onze regio, hebben we tientallen mensen bevraagd. Letterlijk van agrariërs tot bankdirecteuren, van waterschap-bestuurder tot raadslid, van docenten tot studenten en van ondernemers tot ambtenaren. En over één aspect is iedereen het eens: hoe hard deze regio ook gaat groeien: laten we de schoonheid van ons landschap behouden.

Ondernemers zeggen bovendien: “geef ons voldoende vakmensen en productiemensen, want we kunnen het werk bijna niet aan”. Bestuurders en bewoners willen graag voldoende betaalbare woningen en mooie banen en natuurlijk moet dit alles ook nog eens duurzaam en energieneutraal. Logisch.
Maar al deze wensen leveren wel dilemma’s op die je in een bedrijf nooit zou tegenkomen. Bijna iedereen die ik spreek adviseert ons als strategische board een duidelijke focus te kiezen. Maar wat die focus zou moeten zijn, blijft onduidelijk. Want we willen én ons prachtige landschap behouden én meer betaalbare woningen én een energietransitie én voldoende banen én een sterke circulaire economie. De strategische vraag die mij en mijn collega’s bezighoudt is hoe we dit alles bij elkaar brengen.

Ik denk dat het ons gaat lukken. Vooral als we een andere mooie overheidsterm als uitgangspunt nemen: “meervoudige waarde creatie”. Dit begrip komt neer op activiteiten en innovaties die zoveel mogelijk vliegen in een klap slaan: duurzame, energie-neutrale huizen bouwen en tegelijk zorgen dat die worden gebouwd met lokale grondstoffen, door meisjes die in de techniek willen werken. Of dakbedekking van gerecyclede autobanden, die tegelijk je dak isoleren, water vasthouden en begroeid zijn met plantjes die co2 uit de lucht halen.

Ik realiseer me steeds meer dat het goed gaat in onze regio als we er ongemerkt ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen tevreden zijn met de kwaliteit van hun leven. Het steentje dat wij kunnen bijdragen is zorgen dat we niet alleen investeren in groene groei en brede welvaart, maar dat we daar vooral in heldere taal over blijven communiceren. Misschien lijken we dan stiekem toch meer op een bedrijf dan ik dacht.