Afgelopen woensdag 19 mei mocht ik op de de Big Improvement Day een optimistisch verhaal vertellen over de kansen van onze regio. Ik heb ingezet op 'Onderwijs als duurzame innovatiestrategie'. Groene groei begint immers bij het slim inzetten van de talenten van binnen én buiten onze regio.

De Big Improvement Day beoogt al jaren de meest positieve dag van het jaar te zijn. Zo werden er prijzen uitgereikt voor meest positieve bekende én onbekende Nederlander, het meest positieve bedrijf en de meest positieve overheidsorganisatie. Ook werd de verkiezing voor de leraar van het jaar op het podium afgetrapt. De uitreiking van de Phoenix award door Mona Keijzer, voor ondernemers die na hun tegenslag uit de as zijn herrezen, was even indrukwekkend als de aandacht voor vitaliteit en sport of IT4Kids, dat zorgt voor digitale leermiddelen voor kinderen die het niet kunnen betalen. Of het nu Prins Constantijn van Oranje was, die een optimistisch verhaal hield over de noodzaak van ondernemerschap voor een betere wereld, of Kees Kruythoff, die als expert in plant-based voeding, sprak over de vernieuwing van de veganistische industrie, het was ronduit indrukwekkend. En inspirerend. Maar het meest bemoedigende vind ik dat bijna alle onderwerpen die als belangrijk en innovatief werden gepresenteerd voor de wereld, óók in onze regio volop zichtbaar zijn!

De sprong van talent naar groene innovatie in onze regio is dus helemaal niet zo ver gezocht. Want letterlijk alle kennis, technologie en talent om alle grote maatschappelijke problemen (inclusief de energie-transitie!) op te lossen, zijn er al. We hoeven ‘alleen’ de belemmeringen maar weg te nemen. Die belemmeringen zitten hem vaak in onze verslaving aan verouderde businessmodellen, leiderschapsmodellen die leren en experimenteren in de wegzitten, of meer praktisch georiënteerde problemen, zoals een gebrek aan vakmensen om de duurzame technologie aan te sluiten. De energietransitie met schonere, duurzame businessmodellen, heeft dus vooral sociale innovaties nodig. Ander gedrag. Als we bijvoorbeeld in staat zijn landbouw en veeteelt anders in te richten, zodat de bodem nooit meer braak ligt, maar het hele jaar levend blijft, wordt onze regio niet alleen nòg mooier, maar ook leefbaarder en schoner.

Mijn pleidooi was daarom dat we bij het succesvol doorvoeren van alle innovaties, talentontwikkeling centraal stellen. Dat doen we in de Cleantech Regio al volop, door de TechniCampus, de Techniekfabriek en de Cleantech Battle, maar ook door onderzoek, onderwijs en het leggen van nieuwe verbindingen tussen bedrijven. Inspirerende instituten als Aventus, Saxion en het Zone College weten als geen ander hoe belangrijk het is dat kinderen een toekomst vinden in het creëren van een leefbaarder wereld.

De belemmeringen die er nog steeds bestaan, zijn prima oplosbaar. Er is heus ruimte voor voldoende leer-werkplekken, stageplaatsen, en andere manieren om onderwijs en bedrijfsleven samen te laten werken. Maar het begint misschien wel op de basisschool, waar eervol, voldoening scheppend vakmanschap voor veel te weinig kinderen en hun ouders een optie is. Terwijl met je handen werken juist leuk, lucratief en nodig is. Het lukt alleen om die belemmeringen weg te nemen als we beter samen werken en meer kennis delen. Een leven lang ontwikkelen doe je namelijk samen. Want groene groei begint bij talent. Binnen en buiten onze regio.