Afgelopen zaterdag avond zat ik thuis, net als een miljoen andere enthousiaste maar ook melancholieke Nederlanders, met een biertje in mijn hand naar livestream van de Vrienden van Amstel Live te kijken. Het was uitstekend georganiseerd, met het neusje van de zalm van de Nederlandse podiumartiesten. En net als zoveel mensen realiseerde ik me zaterdagavond meer dan ooit hoe ik het menselijke contact mis. Wat minder dan een jaar geleden nog volkomen normaal was, lijkt nu, tijdens deze sombere Januari-Lockdown, wel een sprookjesachtige, schimmige herinnering. Soms moet je kennelijk iets eerst heel erg missen om te weten hoe belangrijk het is. We hebben met de Cleantech collega’s dan ook spontaan besloten om zodra het weer veilig kan een ouderwets Cleantech feest te geven. Een goed voornemen waar u ons aan mag houden.

Wat óók opviel was het plezier van de artiesten, die simpelweg hartstikke blij waren dat ze weer samen hun vak mochten uitoefenen. Het ging ze zaterdagavond niet om geld verdienen of om het verkopen van kaartjes of downloads. Nee, het was de pure aanstekelijke vreugde van het samen muziek maken die van het scherm afspatte. Muzikaal vakmanschap en de absolute wil om dat vak te mogen uitoefenen. Talent laat zich niet kooien. Zelfs niet in een lockdown.

Dat brengt mij bij een ander goed voornemen. Want het ontwikkelen van vakmanschap en technisch talent is een thema dat ook in onze mooie regio belangrijk is. Zo was ik vorige week op bezoek bij Jan Haverkamp, van Platform Techniek Stedendriehoek, die met vergelijkbare bevlogenheid als de Vrienden van Amstel zorgt dat er vakmensen worden opgeleid, zodat er voldoende experts zijn om de duurzame technologie, die nodig is voor de energiezuinige huizen en circulaire fabrieken, ook daadwerkelijk aan te sluiten.

Maar het belang van techniek onderwijs gaat verder. Niet alleen is er in Nederland een groot tekort aan vakmensen in de breedste zin van het woord. Ook wordt dat probleem groter omdat er steeds meer vakmensen met pensioen gaan, terwijl kinderen (en hun ouders) techniekonderwijs vaak niet eens meer overwegen. Een havo-advies lijkt een betere route naar een voorspoedig leven te zijn dan leren werken met je handen. Maar is dat terecht? Is het echt mogelijk dezelfde voldoening te hebben vanachter je bureau als de trots die je voelt als je een waterstof-electrolyser hebt geassembleerd, of een veld met zonnepanelen hebt aangelegd? Vakmensen zijn schaars. En iets wat schaars is, is waardevol. Dus je kunt ook nog eens een hele leuke boterham verdienen door als vakmens aan de slag te gaan. Mogelijkheden genoeg dus voor een eervol beroep, waarmee je bovendien een steentje bijdraagt aan de energie transitie.

Vakmensen vormen een cruciaal ingrediënt op weg naar een duurzame economie. Het leuke is dan ook dat de ideeën van vakmensen vaak het fundament zijn voor baanbrekende innovaties. Om Jan’s woorden te gebruiken: “Iemand met de vaardige handen die jouw gedachten kan ombouwen tot iets tastbaars. Vakmanschap, ambachtelijk werk, is daarvoor onontbeerlijk. Deze tak binnen het gehele innovatieproces wordt vaak vergeten en is een ondergeschoven kind.” Ik weet zeker dat hij gelijk heeft. Samen met mensen als Jan Haverkamp werken mijn Cleantech collega’s dagelijks aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt die past bij de doelen en wensen in onze regio. Plezier en vakmanschap zorgden zaterdagavond voor de verbinding met de Vrienden van Amstel. Met diezelfde ingrediënten kunnen we ook zorgen voor de verbinding met een schone toekomst. Vakmensen zijn daarmee de bevlogen vrienden van de Cleantech Regio.

Meer columns lezen van Arko van Brakel?

Een witte kerst in 2048?

Het nieuwe succes is niet meer, meer, meer...

Doorbreek de patronen!